Het is zondag 12 juli. Om acht uur is iedereen wakker. Voordat iedereen gedoucht en aangekleed is, ben je wel een tijdje verder. Ik ga naar de bakker en doe ook nog wat andere boodschappen.
Om elf uur vertrekken Annelies, Ingrid en de kinderen richting Monterosso. Roy en ik helpen met de bagage en zwaaien ze uit.

Wij maken de boot vaarklaar en om half twaalf varen we de haven van Marseille uit. De zee is gelukkig een stuk rustiger dan vorige week. Windkracht drie à vier in plaats van vijf. Dat is een stuk comfortabeler. We varen langs een prachtig stuk Franse zuidkust met fraaie rotspartijen.
Om half vijf meren we aan in de haven van Bandol. Roy toont zich meteen een ervaren bootsman.
We lopen het stadje in. Bandol is beroemd door de wijn, maar daar merken we weinig van. Bandol is ook weer een echt toeristenstadje. Heel erg druk, veel winkeltjes gericht op toeristen, veel ijswinkels, crêperies en natuurlijk veel restaurants en terrasjes. Voor de oudere toerist, niet voor ons dus, is er een dansmiddag georganiseerd. Het is warm en we hebben dorst. Roy neemt een abdijbiertje van de tap en ik een gewoon lekker koud pilsje.


Dat ik deze week een kok aan boord heb, wordt meteen duidelijk. Ik heb vanmorgen een pot vissoep gekocht, zodat we vanavond in elk geval wat te eten hebben. Roy bezoekt in Bandol de lokale middenstand, doet een paar inkopen en zet even later niet gewoon vissoep, maar een gastronomisch hoogtepunt op tafel.
Dat belooft wat voor deze week.

Dat wordt een gastronomische topweek. Ik begrijp dat je het lekkerste voor het laatst heb bewaard. Groot gelijk hoor trouwens. Roy doet zijn (voor)naam eer aan.
BeantwoordenVerwijderen