donderdag 30 juli 2009

Tot slot

Ik ben inmiddels al meer dan een week in Monterosso en de Antje Elisabeth ligt rustig in Menton. Ik lijd gelukkig niet aan ontwenningverschijnselen. Het leven met Annelies op de berg bevalt prima.

De afgelopen week is er nog heel wat over de bootreis nagepraat en in mijn gedachten hebben zich heel wat momenten en situaties herhaald.

Ik kijk met ontzettend veel plezier op de afgelopen twee maanden terug. Ik heb genoten. Van iedere dag, van alle vaarwegen en bovenal van alle vaargenoten. Ik heb ook een gevoel van trots. Ik heb het toch maar gedaan. Het is allemaal goed gegaan. De maandenlange voorbereiding heeft vruchten afgeworpen.

Ik ga geen samenvatting van de reis geven. Ik beschrijf een aantal zaken die in de dagelijkse verhalen niet altijd aan de orde gekomen zijn en waar toekomstige “vaarders” wat aan kunnen hebben.

De route in Nederland via het Merwedekanaal, de Biesbosch, het Wilhelminakanaal en de Zuid Willemsvaart naar de Maas is erg mooi en beveel ik graag aan. Ik ben in vier dagen van Amsterdam naar Maastricht gevaren. Dat was behoorlijk aanpoten.

De route door België over de Maas is mooi en voert langs prachtige oude steden. Natuurlijk hier en daar wat industrie, maar dat maakt het ook afwisselend.

Datzelfde geldt voor de kanalen in Noord Frankrijk. Af en toe had ik daar het gevoel in een onbewoond deel van Frankrijk te zijn. Ik vond dat heel bijzonder. In één van de dorpen waar we lagen was zelfs geen bakker meer.

De Saône is een prachtige rivier met een zeer wisselend landschap en prachtige steden en dorpen.

In Lyon lag ik onder de bomen tegenover “La Basilique de Fourvière. Een prachtige plaats. Van het in alle boeken en reisverslagen vermelde lawaai en gespuis heb ik niets gemerkt.

De Rhône is breed, wijds is misschien een beter woord. In elk geval erg indrukwekkend. Naast mooie natuur ook af en toe een kerncentrale. De ervaring van de Mistral is me bespaard gebleven. Ik heb genoten van Avignon.

Dan de zee. Ik vond het een geweldige ervaring. De Antje Elisabeth heeft haar geweldige vaareigenschappen duidelijk getoond. Toch ben ik meer iemand voor de binnenwateren. Daar is altijd wel wat te zien. Op zee is er voor mij, behalve heel veel water en golven, te weinig te beleven.

De zeehavens zijn leuk, helemaal als je er met een Multivlet komt. Zo’n oer Nederlands schip hebben ze daar nog nooit gezien. Het met de kont tegen de wal aanmeren, went snel.

De hele reis was het erg rustig op het water. In de meeste sluizen lag ik alleen en in alle havens was wel een plaatsje te vinden. Ik vraag me wel af of dat in het hoogseizoen nog zo is. Op de Saône werd het met huurboten wel wat drukker. Beroepsvaart hebben we eigenlijk alleen op de Rhône gezien. Bij de sluizen gaan ze altijd voor en daardoor ontstaan soms lange wachttijden.

Tussen Maastricht en Lyon ben ik regelmatig dezelfde schepen tegengekomen. Soms zag je elkaar dagen niet en dan ineens weer wel. Het waren vooral Nederlandse, Duitse en Engelse schepen. Opvallend vond ik het aantal zeilschepen zonder of met gestreken mast. Deze zeebonken willen de tocht dwars door Frankrijk toch ook meemaken.

Het ICP (internationaal eigendomsbewijs) dat bij de ANWB verkrijgbaar is, wordt overal geaccepteerd. Bij aankomst in België en Frankrijk, in de havens aan de Franse kust en zelfs bij de Franse douane. Alleen in Port Grimaud en Menton wilden ze ook nog de verzekeringspapieren zien.

Sluizen blijven een bijzonder fenomeen en op een of andere manier maken we ons er altijd zorgen over. Dat dat niet nodig is, kan ik na 246 sluizen rustig zeggen. De grote sluizen, met vaak ook nog een groot verval, hebben allemaal drijvende bolders en zijn dus geen probleem. De sluizen in Frankrijk met afstandsbediening of die waar je aan een stang, die boven het water hangt, moet draaien werken nagenoeg perfect. De enkele keer dat een het niet doet, arriveert er binnen tien minuten iemand van de VNF (Franse Rijkswaterstaat) om de sluis handmatig voor je te bedienen. De “sluistrappen”, waar ik tegenop gezien heb, werken probleemloos. Je wordt er binnen de kortste keren doorheen geloodst. In de kleinere sluizen in Frankrijk kun je in de opvaart het beste achterin de sluis liggen. Als je met meer schepen bent, kan het grootste schip het beste vooraan liggen.

Het varen door tunnels was voor mij een nieuwe ervaring en ook iets waar ik tegenop gezien heb. In Frankrijk waren het er vijf. Het is me enorm meegevallen. Ze zijn breed genoeg en redelijk verlicht. Het schijnen met onze schijnwerper had weinig effect. De tunnels zijn recht en daarom kon ik me op de uitgang richten. Er was echt “licht aan het eind van de tunnel”.

Elektriciteit is in de meeste havens beschikbaar en de Eurostekker past bijna overal. In de Camarque hebben ze een eigen systeem en er zijn geen verloopstekkers. In Port Grimaud en Menton, beide zeehavens, wordt een groter formaat Eurostekker gebruikt. Die zijn bij de havenmeester verkrijgbaar.

Drinkwater is bijna overal, maar je moet wel een slang bij je hebben. Ik heb verschillende koppelstukken aan boord, maar het koppelstuk dat we in Nederland kennen, wordt ook in de meeste Franse havens gebruikt. Eén was er nieuw voor mij. Dat is een koppelstuk dat in een kastje gedrukt moet worden, waarna het water meteen stroomt. Bij de Intermarché heb ik er een gekocht.

In Givet, Consevoye, Verdun, St. Mihiel, Toul, Gray, Tournus en Belleville hoef ik geen liggeld te betalen. Tot mijn grote verbazing is het gratis, inclusief elektriciteit en water. Dat geldt niet voor de havens bij en aan de kust. De regel hoe zuidelijker hoe duurder klopt. Prijzen daar liggen tussen de € 20 en € 40 per nacht voor mijn boot van elf meter.

Gasflessen heb ik niet gewisseld, omdat ze maar niet leeg gingen. Bij de grote supermarchés heb ik ze wel vaak zien staan.

Diesel is in Frankrijk lang niet overal verkrijgbaar. Voor mij was dat geen probleem. Ik heb een tank van 400 liter en heb de gewoonte om te tanken als hij nog half vol is. De diesel in de havens is wel prijzig. Het is € 0,10 tot € 0,30 per liter duurder dan bij de pomp aan de weg. Ik heb regelmatig mensen met grote jerrycans zien sjouwen.

Het weerbericht op zee is erg belangrijk. Ik heb Navtex aan boord en twee keer per dag keek ik op Internet naar het lokale weerbericht, naar Weathernews van de BBC en naar de Deutsche Wetter Dienst. Zo had ik altijd een goed beeld van het weer voor de komende dagen.

Het water van de Middellandse Zee is behoorlijk zout. En dat zout heeft de neiging overal te gaan zitten. Na een tocht over zee is uitgebreid afspuiten dan ook een must. Fietsen kunnen ook niet zo goed tegen het zout. Deze week moest ik flink poetsen om de snel gevormde roest te verwijderen. Voortaan gaan op zee de fietsen in het ruim.

Ging het allemaal vlekkeloos? Nee, natuurlijk niet. Hierbij een opsomming van dingen die, soms maar niet altijd door eigen schuld, gebeurd zijn.

- De toeter deed het niet. Later uit zichzelf weer wel.
- De sluisdeur bij Vianen was stuk.
- De wasmachine ging kapot.
- De walstroomkabel vertoonde zwakke plekken.
- De Navtex werkte niet.
- De WC lekte.
- De vuilwaterpomp hield ermee op.
- De zonnebrillen van Piet en van mij verdwenen in het water.
- Een snelbinder van een van de fietsen raakte in de achteras.
- In Arles waren ineens geen aanlegplaatsen.
- Er kwam water in de dieseltank.

De meeste problemen konden door ons zelf of met behulp van Multivlet in Doesburg worden opgelost. Geen van allen hebben ze een beslissende invloed op het verloop van de reis gehad.

Het weer tijdens de reis was goed. Van de 63 dagen is er maar op 11 dagen een regenbui geweest. Het heeft voor zover ik me herinner maar twee keer bijna de hele dag geregend. Op de schaal va 1 tot 10 krijgt het weer van mij een dikke 7. Een oude wijsheid dat het ten zuiden van Lyon altijd mooi weer en warm is, heeft ook deze reis geklopt.

Enkele feiten:

63 dagen op reis geweest
47 dagen gevaren
274 uren gevaren
Gemiddeld bijna 6 uur per dag gevaren
1.947 kilometer gevaren
Gemiddeld 41 kilometer per dag gevaren
Gemiddelde vaarsnelheid 7,1 km per uur
246 sluizen gepasseerd
Gemiddeld dieselverbruik 2,7 liter per uur

Gebruikte kaarten:

Voor Nederland ANWB waterkaarten

Voor België en Frankrijk
- Inland Waterways of Belgium van Imray
- Navicarte 9 van Maastricht tot Corre
- Navicarte 10 van Corre tot Lyon
- Navicarte 16 van Lyon tot de Middellandse Zee
- Inland Waterways of France van Imray
- Carte Marine Officielle 7406L van Marseille naar Toulon
- Carte Marine Officielle 7407L van Toulon naar Cavalaire sur Mer
- Carte Marine Officielle 7408L van Cavalaire s Mer tot Rade d’Agay
- Carte Marine Officielle 7409L van Rade d’Agay tot Monaco
- Mediterranean France & Corsica Pilot van Imray

Voor Frankrijk en Italië
- Navicarte 500 van Nice tot San Remo

Ik heb genoten van de kaarten van Navicarte. Het zijn uitstekende kaarten en geven daarnaast ook uitgebreide informatie over de omgeving van waar je vaart.

De Inland Waterways of Belgium is een uitstekend boek, dat ik veelvuldig heb geraadpleegd.

Dat geldt in mindere mate voor de Inland Waterways of France. Dat boek is erg feitelijk en weinig informatief.

De Carte Marine Officielle geven een uitstekende weergave van de Franse kust.

De Mediterranean France & Corsica Pilot geeft alle informatie over de havens aan de Franse Zuidkust die je maar kunt bedenken. Wat mij betreft onmisbaar als je op zoek bent naar een plaats om te overnachten.

Het is inmiddels 29 juli. Gisteren ben ik van Menton naar Bordighera gevaren en weer terug. Ik ben met de boot naar Italië geweest.


Bij Latte over de grens


Bordighera


De haven

zondag 19 juli 2009

Dag 63

Het is vrijdag 17 juli. De weesverwachting ziet er voor vanmiddag en morgen niet goed uit. We besluiten daarom dat vandaag de laatste vaardag van mijn reis Amsterdam-Bordighera is, met als eindpunt Menton. De Antje Elisabeth zal de komende maand in Menton blijven liggen. Volgende week, als het weer beter is, varen we wel een keer naar Bordighera.

Om negen uur vertrekken we uit Villefranche sur Mer. Het is nog mooi weer en de zee is lekker rustig. We varen niet ver van de kust zodat we Monaco en ook andere plaatsen goed kunnen zien.

Tegen twaalven naderen we “Port Garavan”, een van de twee havens van Menton. Er komt ons een douaneboot tegemoet. Niks aan de hand, zou je denken. Maar we moeten stoppen, uitleggen waar we vandaan komen en waar we naar toe gaan. Met behulp van een visnet geef ik ze de bootpapieren. Roy maakt nogal wat foto’s. Dat stellen de heren niet erg op prijs. Als Roy toch doorgaat wordt de chef zelfs boos. We worden gelukkig niet gearresteerd en mogen even later de haven in varen.







De negende etappe zit er op. We zijn in Menton zoals gepland.

Hieronder een samenvatting van de met Roy afgelegde route:

12 juli Marseille-Bandol
13 juli Bandol-Hyères
15 juli Hyères-Port Grimaud
16 juli Port Grimaud-Villefranche sur Mer
17 juli Villefranche sur Mer-Menton

In vijf dagen hebben we 30 uur gevaren en 286 km afgelegd.


Bemanning week 9

In Port Garavan word ik zeer hartelijk begroet door de mevrouw van de informatiebalie. Ze verwachtte ons al, kent mijn naam en die van Antje Elisabeth. Ze wil graag weten of Antje hetzelfde betekent als het Engelse woord “aunt”. Ik vertel haar dat Antje een Friese naam is en dat ons schip dus niet Tante Elisabeth heet.

We krijgen plaats 327 toegewezen en als we daar liggen beginnen Roy en ik aan de “slotschoonmaak”. Maar niet voor lang. Er is bezoek. Ik zie Pino staan. Maar niet alleen Pino, Egbert is er ook. Hij is helemaal uit Nederland gekomen om onze aankomst mee te maken. De bemanning van de eerste week is er aan het slot van de reis ook bij. Ik ben er stil van, ik vind het geweldig. We drinken er uiteraard een biertje op.



Aan het eind van de middag komen Annelies, Ingrid en de kinderen ook naar Menton. De kurken van de Prosecco flessen knallen.

Dan is het tijd om naar Monterosso te gaan. Na negen weken laat ik de Antje Elisabeth alleen achter in de haven van Menton.
Dag 62

Het is donderdag 16 juli. We hebben een prachtige vaardag over de Middellandse Zee. Zon en een kalme zee met windkracht één à twee. We willen vandaag van Port Grimaud naar Antibes. Omdat het zo lekker gaat en de weersverwachting voor morgen onzeker is, besluiten door te varen.

Om half vijf meren we aan in de haven van Villefranche sur Mer, net voorbij Nice. Het is een prachtig oud stadje met een citadel die er bovenuit torent.

Na het nuttigen van een heerlijke Provencaalse Charcuterie wandelen we door het stadje. De terrassen zitten vol met voornamelijk Engelsen. Wij gaan er tussen zitten en doen ons decadent tegoed aan espresso en cappuccino met glaasjes water, snoepjes en koekjes.



donderdag 16 juli 2009

Dag 61

Woensdag 15 juli. Er is ons mooi weer en een rustige zee beloofd. Vol enthousiasme vertrekken we daarom uit Hyères richting St. Tropez. Die zee is lang niet zo rustig als we gehoopt hadden. Onze Multivlet heeft daar geen enkel probleem mee, maar echt ontspannend is het niet.

Na een uur begint er op het dashboard iets te piepen. Het lampje met daarop een benzinepomp getekend brandt. We hebben een brandstofprobleem. Dat kan, want eergisteren heeft Roy per ongeluk wat water in de dieseltank laten lopen. Niet meer dan een liter of tien, dus weinig aan de hand, dacht ik toen. Wel dus.

We verleggen onze koers naar de dichtstbijzijnde haven. Dat is Miramar. Intussen bel ik Willem in Doesburg en vraag hem om advies. Dat had ik eergisteren natuurlijk al moeten doen. Maar beter laat dan nooit. Willem stelt voor de dieseltank af te tappen tot er geen water meer uitkomt en het brandstoffilter te vervangen.

In de haven van Miramar mogen we liggen en wordt ons zelfs hulp aangeboden. Maar met het Yanmar boek in de hand gaan we eerst zelf aan de gang. En het lukt. Anderhalf uur later is de klus geklaard en zonder piepje gaan we weer op stap.

Als we bij St. Tropez aankomen, horen we via de marifoon dat er geen plaats voor ons is. We moeten nog een paar kilometer verder naar Port Grimaud. Daar kunnen we gelukkig wel terecht. Het is inmiddels al half zeven.

Port Grimaud is een bijzondere plaats. Het is nog nieuw, misschien dertig of veertig jaar oud. Maar het ziet er veel leuker uit dan andere nieuwe stadjes als Bandol en Hyères, waar we de afgelopen dagen waren. Port Grimaud lijkt wel gebouwd als een soort Venetië. Grachten met mooie huizen, leuke pleintjes en heel veel boten. We krijgen een prachtige plaats midden in het centrum. We liggen met de kont tegen het terras van een visrestaurant.







Even overwegen we om in dat restaurant te gaan eten. Ik mag kiezen en kies toch voor de keuken van Roy. Hij doet boodschappen in een heel klein winkeltje en met wat hij kan krijgen maakt hij een Provencaalse Ratatouille met gegratineerde aardappels uit de oven. We smullen.



We liggen aan een echt flaneerstraatje met restaurantjes en winkeltjes. De hele avond lopen er mensen voorbij die de Antje Elisabeth bekijken. Ze ziet er ook zo anders uit dan iedere andere boot in de havens aan de Franse Rivèra. We krijgen complimenten als “beau bateau” of “jolie bateau”. Ik ben hartstikke trots en vertel dat het een echte “bateau hollandais” is.

woensdag 15 juli 2009

Dag 60

Het is dinsdag 14 juli. Het is “Quatorze Juillet”, dè feestdag voor de Fransen. Gisteren hebben we al vuurwerk boven zee gezien. We zijn benieuwd wat we er vandaag van merken. We hebben er een rustdag voor genomen.

Die rustdag komt goed uit, want het waait vandaag behoorlijk en de zee ziet er nogal onstuimig uit. De verwachtingen voor morgen zijn gelukkig een stuk rustiger.

Na het ontbijt beginnen we met de standaard rustdagactiviteiten als wassen en schoonmaken. Schoonmaken van de buitenkant van de boot is belangrijk vanwege het zoute zeewater. Het agressieve zout koekt snel aan en je ziet als het ware dat het metaal daardoor aangetast wordt. We gebruiken veel schoon water om alles schoon te spoelen. De Franse buren doen hetzelfde. In havens aan de binnenwateren is het vaak verboden om de boot schoon te maken met schoon water. In de havens aan zee mag het wel en dat is maar goed ook.

Na al dat harde werken stappen we als echte toeristen op de fiets en gaan naar de stad Hyères, een kilometer of vier van Hyères-Plage. Het is een oude stad. We wandelen door het historisch centrum dat boven de stad ligt.









We doen nog wat boodschappen en wandelen ook door Hyères-Plage. Ook dit is weer een typisch uit de grond gestampt toeristendorp. Van “Quartorze Juillet” is vandaag hier niets te merken. In plaats van uitbundig feestvieren, gaan de mensen hier weer naar huis na een lang weekend. Later op de avond is Hyères-Plage uitgestorven.



Het eten vanavond is al weer geweldig. Roy heeft een visschotel gemaakt met een stukje Makreel, een Sardientje en een paar St. Jakobsschelpen. Daarbij krijgen we ook nog een overheerlijke Venkelrisotto.

dinsdag 14 juli 2009

Dag 59

Het is maandag 13 juli. We vertrekken om half tien uit Bandol richting Porquerolles, een eiland een paar kilometer uit de kust ten zuidoosten van Toulon. De weersverwachting is gunstig en dat komt uit. We hebben een heerlijk rustige zee met windkracht twee à drie. Als er al eens golven zijn, dan komen die van passerende speedboten.

Als het na een uur ineens mistig wordt, schrikken we wel even. Je ziet namelijk heel weinig. We gaan langzaam varen, dichterbij de kust en kijken en luisteren zo goed als we kunnen. Een uur later is het gelukkig voorbij. Na nog een uur precies hetzelfde verhaal, al is het zicht beter dan de eerste keer. Ook deze mistbank trekt gelukkig snel weer op.

Met stralend weer en kilometers zicht, bereiken we om twee uur de haven van Porquerolles. We worden opgewacht door een man in een rubberboot, die ons vertelt over twee uur terug te komen. Voor de eerste keer deze reis gaan we voor anker. De eerste keer houdt het anker niet in de zandgrond, maar de tweede keer lukt het gelukkig wel. We dobberen twee uur aan het anker. Roy maakt van de gelegenheid gebruik om te gaan zwemmen. Hij vindt het zeewater koud.

Om vier uur melden we ons weer bij de man in de rubberboot. Die vertelt ons doodleuk dat de haven vol is. Bidden en smeken helpt deze keer niet. Hij blijft herhalen dat er geen plaats meer is. Hij suggereert om het in Hyères te proberen, een kilometer of tien naar het noorden op het vaste land. We balen natuurlijk, want we hebben twee uur voor niks liggen dobberen. Maar keus hebben we niet. De man laat ons echt niet de haven in.

We laten Porquerolles achter ons en koersen naar het noorden. Om half zes liggen we in de haven van Hyères-Plages. We boeken voor twee nachten. Voor ons wordt het “Quatorze Juillet” in Hyères.



Roy bereidt weer een heerlijk maal. Vooraf een pittige aardappelsoep en als hoofdgerecht een spannend stukje kalfsvlees met gevulde ravioli en courgettes.

In Hyères is het “Quatorze Juillet” vuurwerk vreemd genoeg al op de dertiende. Het wordt naast de haven op zee afgestoken. Een prachtig gezicht.

Ik zal 13 juli 2009 niet gauw vergeten. Wat een belevenissen. Twee keer mist, voor anker liggen op zee en dan na twee uur wachten nog de haven niet in mogen. En vuurwerk tot slot in Hyères.

maandag 13 juli 2009

Dag 58

Het is zondag 12 juli. Om acht uur is iedereen wakker. Voordat iedereen gedoucht en aangekleed is, ben je wel een tijdje verder. Ik ga naar de bakker en doe ook nog wat andere boodschappen.

Om elf uur vertrekken Annelies, Ingrid en de kinderen richting Monterosso. Roy en ik helpen met de bagage en zwaaien ze uit.



Wij maken de boot vaarklaar en om half twaalf varen we de haven van Marseille uit. De zee is gelukkig een stuk rustiger dan vorige week. Windkracht drie à vier in plaats van vijf. Dat is een stuk comfortabeler. We varen langs een prachtig stuk Franse zuidkust met fraaie rotspartijen.

Om half vijf meren we aan in de haven van Bandol. Roy toont zich meteen een ervaren bootsman.

We lopen het stadje in. Bandol is beroemd door de wijn, maar daar merken we weinig van. Bandol is ook weer een echt toeristenstadje. Heel erg druk, veel winkeltjes gericht op toeristen, veel ijswinkels, crêperies en natuurlijk veel restaurants en terrasjes. Voor de oudere toerist, niet voor ons dus, is er een dansmiddag georganiseerd. Het is warm en we hebben dorst. Roy neemt een abdijbiertje van de tap en ik een gewoon lekker koud pilsje.





Dat ik deze week een kok aan boord heb, wordt meteen duidelijk. Ik heb vanmorgen een pot vissoep gekocht, zodat we vanavond in elk geval wat te eten hebben. Roy bezoekt in Bandol de lokale middenstand, doet een paar inkopen en zet even later niet gewoon vissoep, maar een gastronomisch hoogtepunt op tafel.

Dat belooft wat voor deze week.

zondag 12 juli 2009

Dag 57

Het is zaterdag 11 juli, de laatste wisseldag van mij reis. Ik lig in Marseille. Na de koffie om een uur of elf breng ik PJ en Kees naar het ondergrondse station, dat naast de haven ligt. Vandaar gaan ze richting vliegveld en naar Nederland.



We hebben met z’n drieën een prima, maar vooral spannende week gehad. Deze week, die er aanvankelijk nogal toeristisch uitzag met twee rustdagen, werd er een met drie zeedagen. En wat voor zeedagen. Ik had wel op het IJsselmeer en de Waddenzee gevaren, maar de Middellandse Zee met windkracht vijf en golven van anderhalve meter is toch weer een heel nieuwe ervaring. PJ en Kees, ontzettend bedankt dat jullie bereid waren om deze ervaring met mij mee te maken.

In Marseille is het al gezellig druk. Ik loop door de stad op zoek naar een supermarkt. Onderweg zie ik bij de haven verkopers van verse vis. Het ziet er toeristisch, maar wel erg lekker uit.



Terug aan boord werk ik het normale wisseldagprogramma van wassen en schoonmaken af.

Aan het eind van de middag komen Annelies, Ingrid, Jesse, Romée en Kiara met Roy. Roy is mijn bootsman voor de komende en laatste week van mijn reis. Ze zijn via Belleville uit Nederland gekomen. De Fransen hebben een lang weekend vanwege “14 juli” en daardoor hebben ze veel files gehad.

We gaan met ons allen naar het “eetplein” van Marseille. We drinken gezellig een aperitief en bestellen eten, wijn en water. Wijn en water komen, maar het eten niet. In heel Marseille is de elektriciteit uitgevallen en de koks kunnen niet koken. Anderhalf uur later is er nog steeds geen stroom en dus ook geen eten. Roy gaat een eindje lopen en ontdekt een pizza restaurant, waar de pizza’s in een houtoven gebakken worden. We rekenen onze drankjes af, verkassen en eten allemaal een heerlijke pizza.


Er is weer stroom


En eten

Ze blijven allemaal slapen. Voor de eerste keer heeft Antje Elisabeth naast mij nog zeven logees.

zaterdag 11 juli 2009

Dag 56

Vrijdag 10 juli. We zijn al om kwart over zeven wakker. We willen vroeg weg. De weervoorspellingen zijn voor later op de dag niet erg gunstig. Ook de NAVTEX, die het gelukkig doet, geeft voor vanmiddag slecht weer.

We vertrekken al om kwart over acht. We moeten een paar kilometer terug door het Canal de St.L ouis naar Golfe de Fos. We hebben het ontbijt overgeslagen en daarom maakt Kees, terwijl we varen, een broodje uit het vuistje voor ons.

De eerste paar uur gaat het prima. Windkracht vijf van achteren en golven van een meter of anderhalf. Antje Elisabeth heeft het naar haar zin. Omdat we de wind in de rug hebben is het voor ons ook nog redelijk comfortabel.



Dat verandert als we de Rade de Marseille opvaren. De wind is nog steeds NW5, maar het lijkt wel of de golven van alle kanten komen. Antje Elisabeth vindt het heerlijk en stampt lekker door. Wij vinden het toch wat minder leuk. Alles wat los zit vliegt door de kajuit, de tafel moet op zijn kop, de stuurstoel leggen we op de grond en we moeten ons zelf goed vasthouden.

We zijn blij als we om 13.00 de Vieux Port van Marseille binnenvaren. Via de marifoon meld ik me bij de havenmeester. Die verwijst me naar de steigers van de Societé Nautique de Marseille. We meren aan bij hun meldsteiger en daar krijg ik van een strenge mevrouw te horen dat er geen plaats is. In verband met de feestelijkheden van “14 Juillet” is de haven meer dan vol. Ik heb natuurlijk geen zin om weer de zee op te gaan, ga bijna voor haar op mijn knieën en kijk heel zielig. Gelukkig gaat ze overstag. We krijgen een plek op een op 14 juli “verboden” plaats. Ik moet wel met de hand op mijn hart beloven dat we zondag vertrekken, wat voor weer het ook is. Gelukkig zijn de voorspellingen voor zondag gunstig.

De achtste etappe zit er op. We zijn in Marseille zoals gepland, maar zijn hier op een heel andere manier gekomen dan de bedoeling was. Alleen omdat er in Arles geen ligplaatsen waren, hebben we een andere route genomen, hebben we twee toeristische rustdagen gemist, maar hebben we wel drie dagen met windkracht vijf op zee gevaren. Het was zeker spannender dan de oorspronkelijke planning.

Hieronder een samenvatting van de met Kees en PJ afgelegde route:

6 juli Avignon-Saint Gilles
7 juli Saint Gilles-Aigues Mortes
8 juli Aigues Mortes-St. Maries sur Mer
9 juli Saint Maries sur Mer-Port St. Louis
10 juli Port St. Luois-Marseille

In vijf dagen hebben we 27 uur gevaren, 260 km afgelegd en zijn we de laatste twee van de in totaal 246 sluizen gepasseerd.

Zondag begint de laatste etappe van Marseille naar Bordighera.


Bemanning week 8

We doen een poging om de boot te ontdoen van het zout, dat op de ramen en reling zichtbaar aangekoekt is. Wat is spelen met water toch leuk als het warm weer is, ook als je in de zestig bent.

We gaan naar de VVV, krijgen een platte grond van Marseille en PJ en Kees krijgen te weten hoe ze morgen op het vliegveld moeten komen. Daarna maken we een wandeling door het bruisende Marseille. We bezoeken de indrukwekkende Kathedraal en ook de Vieille Charité. Voor een bezoek aan en de klim naar de Abbaye Saint Viktor is het inmiddels te laat.









Op een paar honderd meter van de haven is het “eetkwartier” van Marseille. De buurman in de haven suggereert restaurant Oliveraie op het Place aux Huiles. We hebben er heerlijk gegeten. Ik werd door Kees en PJ getrakteerd.


Bruisend Marseille

donderdag 9 juli 2009

Dag 55

Donderdag 9 juli. Onze tweede zeedag. Als we wakker worden schijnt de zon en er waait een rustig windje uit het westen. Ik check op internet het weerbericht van de BBC en de Deutsche Wetter Dienst. Dankzij de “dongel” is dat gelukkig allemaal mogelijk. Beiden voorspellen NW-wind, windkracht vijf. Omdat het gisteren goed ging en we overmorgen in Marseille willen zijn, besluiten we toch uit Port Gardian te vertrekken.

Het eerste uur gaat prima. We gaan naar het oosten, hebben de westenwind in de rug en de hoogte van de golven valt reuze mee. Het tweede uur hebben we de wind, die inmiddels kracht vijf is, van opzij. De Antje Elisabeth vindt dat fijn. Dan kan ze lekker rollen. Kees, die aan het roer staat, houdt daar niet van. En als echte zeiler begint hij te kruisen. De wind neemt wat af en PJ neemt het roer. Even later passeren we de monding van de “Grote Rhône”. Daar is er veel stroom en daardoor hebben we een woelig vierde uur.

We varen de Golfe de Fos binnen. De wind is een stuk minder en we gaan langs de kust met zware industrie en vervolgens via het Canal de St. Louis naar Port St-Louis du Rhône.



We bezoeken de lokale Intermarché en maken een wandeling door het stadje en lopen ook naar de Rhône. Vroeger was dit een belangrijke binnenvaarthaven. Daar is weinig van over.



Aan boord kook ik de inmiddels bekende rode bonen schotel. PJ en Kees vinden het lekker.

PJ bedient het schaars verlichte toetsenbord. Het is ongeveer 23.00 uur.

Oh, wat heb ik de laatste dagen verzuimd betreffende het bijhouden van het weblog. In mijn eerdere Noord Franse week van Toul naar Epinal had ik een dagelijkse routine opgebouwd maar nu wint de gemakzucht het van de opgelegde plicht.

De reis leek aanvankelijk meer van hetzelfde maar niets is minder waar. Het begon al met de problemen in Arles waar we geen stopplaats konden vinden. Die tegenslag kostte ons mooi twee dagen omvaren.Gelukkig was er ruimte in het vaarschema. Dus onrustig worden we niet.

Geen Arles dus, de plaats waar Vincent van Gogh tot zulke fraaie prestaties kwam, maar wel Saint Gilles, overigens een plaatsje wat niet op de werelderfgoedlijst staat van de Unesco, maar juist wel de plaatselijke kathedraal die door menige pelgrim op weg naar Santiago de Compostella wordt aangedaan.

De volgende dag bereikten we Aigues Mortes. Wat is dat een leuke plaats zeg, Winkeltjes volop, een gezellige drukte van strandliefhebbers, booteigenaars, campinggasten, camperbezitters, gelukzoekers, terrasbezoekers, flaneerders, waterscooterhuurders, baguettekopers en noem maar op.

De woensdag kostte het ons een paar uur wachten voordat de brug naar de zee open ging. Maar toen begon het avontuur dan ook.
Het geeft toch een bijzonder gevoel als je voor het eerst op een boot de Middellandsezee bevaart.

Wat een prachtig weer was het en uiteraard waaide het, maar een mistral was dat nog niet.

Na enkele uren kwamen we aan in Saintes Maries de la Mer

De zee was zo dichtbij dat ik een duik kon nemen terwijl
Kees en Renze de borrelhapjes voorbereidden.
Zo spoelde de een na een halfuurtje het zeezout af en vonden de anderen in de pinda’s juist een welkome aanvulling voor het door de transpiratie teruggelopen zoutgehalte.

Kees en ik verzorgden eendrachtig het diner. Dit blonk geenszins uit in culinaire hoogstandjes, maar de lof, de gebakken krieltjes en de mergues worstjes (op aanraden van Renze eerst even gekookt) en de begeleidende zeer vitaminerijke salade konden ons aller goedkeuring wegdragen.

De volgende morgen, dat is dus vandaag donderdag 9 juli was het parool “vroeg opstaan” . Een bakkertje was vlot gevonden en alras waren we op weg naar zee.
Jeetje mina, dat was even wat anders dan zo’n kanaal in de Vogezen.
Het was windkracht 5 en de golven rolden op onze zijkant af. De boot ging goed tekeer en wij konden ons met moeite staande houden. Enkele stuks huisraad vlogen door de kamer. De stuurstoel verloor een bedieningshendel, maar wij niet onze zelfbeheersing.
“Meer naar links PJ” we rollen nu te veel.
“Meer naar rechts Kees, we stampen te veel”.
Enfin makkelijk was het niet de boot op de uitgezette koers te varen en ook nog enig comfort te behouden.

Na een flinke tocht van vijf en een half uur varen waren we blij de haven van Port Saint Louis du Rhone bereikt te hebben.
In het dorp was weinig te beleven, werkelijk een saaie boel, maar de “Port de Plaisance” was een plezier en we konden tijdens een verkennende wandeling nog wel een blik opvangen van de reusachtige oevers van de Rhone.

Later genoten we van de maagvullende bonenschotel met fantasievolle ingrediënten (dwars door de keuken) van Renze.
We spraken vervolgens af de volgende dag tijdig te vertrekken om de oversteek naar Marseille tot een goed einde te kunnen volbrengen. De voorspelling is windkracht 3 a 4.
Het ziet er goed uit.

woensdag 8 juli 2009

Dag 54

Woensdag 8 juli. Vandaag gaan we de Middellandse Zee op. We varen langs de zoutpannen over het Canal Aigues-Mortes naar Grau du Roi, aan de kust. We moeten anderhalf uur wachten voor de brug. Die gaat pas om 12.15 open. Kees en PJ gaan boodschappen doen bij de lokale Lidl, dan hoeft dat vanmiddag niet meer.

Dan is het zover. De brug gaat open en Antje Elisabeth kiest het ruime sop. Ze danst vrolijk over de golven van de Middellandse Zee bij een windkracht van vier à vijf. We moeten alledrie even aan de golven van ongeveer een meter wennen, maar dat gaat snel. Alles blijft staan en de glazen blijven ook heel. PJ voelt zich gauw zo comfortabel, dat hij in de kuip een tukje doet.



Ik vind het fantastisch. Dit is toch waar ik de afgelopen zeven weken naar heb uitgekeken. De ruimte op zee is overweldigend en dat onze Antje Elisabeth het zo goed doet, geeft een gevoel van trots.

Om drie uur naderen we Saintes-Maries de la Mer. Vanaf een paar kilometer zie je de kerk al staan. Zij torent boven het kleine stadje uit. Ik ben blij met de Engelse Almanak van de havens aan de Franse Middellandse Zeekust, die ik bij me heb. De ingang van Port Gardian staat goed beschreven. We varen probleemloos naar binnen en meren weer met de kont naar de wal aan.





We maken een wandeling naar het stadje. Onderweg zien we in een stuk binnenzee grote aantallen flamingo’s. Saintes-Maries de la Mer is een echt Middellandse Zee vakantiestadje. Prachtige volle stranden, veel toeristen en gezellige drukke straatjes met veel souvenirwinkeltjes en ijstenten. De kerk en de arena voor het stierenvechten zijn de enige die er een beetje historisch uitzien.





Vandaag heeft Kees de kookbeurt. Hij zegt niet te kunnen koken, maar onder begeleiding van PJ gaat het uitstekend. We eten worstjes met gebakken aardappelen, lof en sla. Heerlijk!
Dag 53

Dinsdag 7 juli, de geplande rustdag in Arles, maar dat gaat niet door. We doen het daarom rustig aan in Saint Gilles. PJ en Kees gaan het stadje verkennen en ik stort me op de witte was en maak de boot vaarklaar.

Tegen elven zijn ze terug aan boord met heerlijk gebak. We genieten ervan bij de koffie.

Om half twaalf vertrekken we en gaan het Canal du Rhône a Sète op. Om half drie meren we aan in Aigues-Mortes. Kees is hier eerder geweest en weet dat het een mooi oud stadje is. We besluiten daarom niet verder te gaan en Aigues-Mortes te bezoeken in plaats van Arles.

We liggen in de duurste haven tot nu toe. € 24, 13 inclusief water en elektriciteit. Aan de elektriciteit heb je niets, want de Languedoc heeft een eigen systeem voor stopcontacten aan de wal en adapters zijn er niet.

We maken een wandeling door het stadje. De oude stadsmuur staat om de hele oude stad. De toren is een kolossaal gebouw. Het lijkt wel de koepel van een kerncentrale, met daarop nog een toren. Verder is het er erg toeristisch en druk. Je kunt zien dat het hoogseizoen begonnen is.





Kees en PJ hebben boodschappen gedaan. Ik maak zalm met rauwe ham uit de oven. Kees en PJ wassen daarna af.



dinsdag 7 juli 2009

Dag 52

Maandag 6 juli. Kees en PJ hebben er zin in. Kees en Marijke zijn al vaker in deze buurt op vakantie geweest en Kees kan ons straks in Arles de weg wijzen.

Eerst gaan we tanken. Aan de meter te zien is dat hoognodig. Er gaat 219 liter in, dus de tank was nog bijna half vol. De Antje Elisabeth heeft ook de laatste 90 uren en de afgelopen 632 km weer zuinig gevaren.

Bij Tarascon zien we een van de grootste kastelen van Frankrijk. Het is werkelijk een kolos en ligt prachtig aan de Rhône. In Tarascon zijn geen aanmeermogelijkheden en we varen door naar Arles, onze bestemming voor vandaag.



Tot onze verbijstering zijn er in Arles geen aanlegplaatsen meer. In alle boekjes staat hoe mooi je in Arles tegenover de oude stad kunt liggen. In een recente Waterkampioen staat nog een foto van de Tijgerhaai aan de kade bij Arles. Niet dus. Aan beide kanten van de rivier wordt aan vernieuwing van de kades gewerkt. We varen wat heen en weer, maar er is werkelijk geen plekje te vinden.


Hier waren de ligplaatsen


Arles, tot ziens

Dat wordt dus geen Arles vandaag. We overleggen en besluiten niet door te varen naar Port Saint Louis. Het lijkt ons geen aantrekkelijke plaats en bovendien zijn we dan dinsdag of woensdag al in Marseille en dat is niet de bedoeling.

We gaan naar de Camargue. Daarvoor moeten we een kilometer of wat stroomopwaarts terug de Rhône op en dan de Petit Rhôhne op richting Saint Gilles.

De Petit Rhône is veel smaller dan de Rhône en de dichte begroeiing op de oevers geeft je het gevoel alsof je op een tropische rivier bent. Dat klopt voor de temperatuur. Het is een graad of 35. Maar de apen die je verwacht te zien, komen niet te voorschijn. Er zijn trouwens ook geen zwanen en reigers zoals op de Saône. Die vinden het in Zuid Frankrijk zeker te warm. Wel horen we hele stammen krekels.

Nadat we de laatste sluis van mijn reis zijn gepasseerd, meren we om half zes aan in de jachthaven van Saint Gilles. Voor de eerste keer deze reis moet ik met de kont tegen de wal aanleggen. Omdat ik dat bij Peek in Amsterdam gewend ben, is dat geen enkel probleem.



Kees en PJ springen op de fiets en doen boodschappen bij de Intermarché. Na een koel tapbiertje op een van de lokale terrassen, die allemaal om 8 uur dicht gaan, eten we een door PJ heerlijk bereide maaltijd. Hij noemt dat gewoon aardappels, vlees en groente. Met bovendien kersen toe. Heerlijk.

maandag 6 juli 2009

Dag 51

Het is zondag 5 juli en wisseldag in Avignon.

Voor Henk zit het meevaren op de Antje Elisabeth er al weer op. Hij gaat met de TGV naar Lyon, bezoekt daar nog de oude stad en vliegt morgen terug naar Nederland.


Bemanning van week 7

We hebben samen een prima week gehad. We kennen elkaar al een jaar of 40 zakelijk, maar zo een week met elkaar optrekken is toch heel wat anders. Henk is een zeiler en deze week was zijn eerste motorboot ervaring. En hij vond het leuk. Henk ontzettend bedankt voor de fijne week en tot september in de Hermitage.


Naar de TGV

Ik doe wat boodschappen en ga zoals elke wisseldag aan de schoonmaak. Vandaag is de binnenkant aan de beurt. Een warm karweitje.

Om kwart over zes haal ik Kees en PJ op bij de TGV bushalte. Het TGV station is buiten de stad en vanaf daar is er een pendeldienst naar het centrum.


De nieuwe bemanning

We brengen de bagage naar de boot en na hun reis van een uur of tien, drinken we een welverdiend biertje. Omdat PJ nog nooit in Avignon is geweest, gaan we daarna snel de stad in voor een wandeling. We eten lekker op het gezellige Place du Pi.