donderdag 30 juli 2009

Tot slot

Ik ben inmiddels al meer dan een week in Monterosso en de Antje Elisabeth ligt rustig in Menton. Ik lijd gelukkig niet aan ontwenningverschijnselen. Het leven met Annelies op de berg bevalt prima.

De afgelopen week is er nog heel wat over de bootreis nagepraat en in mijn gedachten hebben zich heel wat momenten en situaties herhaald.

Ik kijk met ontzettend veel plezier op de afgelopen twee maanden terug. Ik heb genoten. Van iedere dag, van alle vaarwegen en bovenal van alle vaargenoten. Ik heb ook een gevoel van trots. Ik heb het toch maar gedaan. Het is allemaal goed gegaan. De maandenlange voorbereiding heeft vruchten afgeworpen.

Ik ga geen samenvatting van de reis geven. Ik beschrijf een aantal zaken die in de dagelijkse verhalen niet altijd aan de orde gekomen zijn en waar toekomstige “vaarders” wat aan kunnen hebben.

De route in Nederland via het Merwedekanaal, de Biesbosch, het Wilhelminakanaal en de Zuid Willemsvaart naar de Maas is erg mooi en beveel ik graag aan. Ik ben in vier dagen van Amsterdam naar Maastricht gevaren. Dat was behoorlijk aanpoten.

De route door België over de Maas is mooi en voert langs prachtige oude steden. Natuurlijk hier en daar wat industrie, maar dat maakt het ook afwisselend.

Datzelfde geldt voor de kanalen in Noord Frankrijk. Af en toe had ik daar het gevoel in een onbewoond deel van Frankrijk te zijn. Ik vond dat heel bijzonder. In één van de dorpen waar we lagen was zelfs geen bakker meer.

De Saône is een prachtige rivier met een zeer wisselend landschap en prachtige steden en dorpen.

In Lyon lag ik onder de bomen tegenover “La Basilique de Fourvière. Een prachtige plaats. Van het in alle boeken en reisverslagen vermelde lawaai en gespuis heb ik niets gemerkt.

De Rhône is breed, wijds is misschien een beter woord. In elk geval erg indrukwekkend. Naast mooie natuur ook af en toe een kerncentrale. De ervaring van de Mistral is me bespaard gebleven. Ik heb genoten van Avignon.

Dan de zee. Ik vond het een geweldige ervaring. De Antje Elisabeth heeft haar geweldige vaareigenschappen duidelijk getoond. Toch ben ik meer iemand voor de binnenwateren. Daar is altijd wel wat te zien. Op zee is er voor mij, behalve heel veel water en golven, te weinig te beleven.

De zeehavens zijn leuk, helemaal als je er met een Multivlet komt. Zo’n oer Nederlands schip hebben ze daar nog nooit gezien. Het met de kont tegen de wal aanmeren, went snel.

De hele reis was het erg rustig op het water. In de meeste sluizen lag ik alleen en in alle havens was wel een plaatsje te vinden. Ik vraag me wel af of dat in het hoogseizoen nog zo is. Op de Saône werd het met huurboten wel wat drukker. Beroepsvaart hebben we eigenlijk alleen op de Rhône gezien. Bij de sluizen gaan ze altijd voor en daardoor ontstaan soms lange wachttijden.

Tussen Maastricht en Lyon ben ik regelmatig dezelfde schepen tegengekomen. Soms zag je elkaar dagen niet en dan ineens weer wel. Het waren vooral Nederlandse, Duitse en Engelse schepen. Opvallend vond ik het aantal zeilschepen zonder of met gestreken mast. Deze zeebonken willen de tocht dwars door Frankrijk toch ook meemaken.

Het ICP (internationaal eigendomsbewijs) dat bij de ANWB verkrijgbaar is, wordt overal geaccepteerd. Bij aankomst in België en Frankrijk, in de havens aan de Franse kust en zelfs bij de Franse douane. Alleen in Port Grimaud en Menton wilden ze ook nog de verzekeringspapieren zien.

Sluizen blijven een bijzonder fenomeen en op een of andere manier maken we ons er altijd zorgen over. Dat dat niet nodig is, kan ik na 246 sluizen rustig zeggen. De grote sluizen, met vaak ook nog een groot verval, hebben allemaal drijvende bolders en zijn dus geen probleem. De sluizen in Frankrijk met afstandsbediening of die waar je aan een stang, die boven het water hangt, moet draaien werken nagenoeg perfect. De enkele keer dat een het niet doet, arriveert er binnen tien minuten iemand van de VNF (Franse Rijkswaterstaat) om de sluis handmatig voor je te bedienen. De “sluistrappen”, waar ik tegenop gezien heb, werken probleemloos. Je wordt er binnen de kortste keren doorheen geloodst. In de kleinere sluizen in Frankrijk kun je in de opvaart het beste achterin de sluis liggen. Als je met meer schepen bent, kan het grootste schip het beste vooraan liggen.

Het varen door tunnels was voor mij een nieuwe ervaring en ook iets waar ik tegenop gezien heb. In Frankrijk waren het er vijf. Het is me enorm meegevallen. Ze zijn breed genoeg en redelijk verlicht. Het schijnen met onze schijnwerper had weinig effect. De tunnels zijn recht en daarom kon ik me op de uitgang richten. Er was echt “licht aan het eind van de tunnel”.

Elektriciteit is in de meeste havens beschikbaar en de Eurostekker past bijna overal. In de Camarque hebben ze een eigen systeem en er zijn geen verloopstekkers. In Port Grimaud en Menton, beide zeehavens, wordt een groter formaat Eurostekker gebruikt. Die zijn bij de havenmeester verkrijgbaar.

Drinkwater is bijna overal, maar je moet wel een slang bij je hebben. Ik heb verschillende koppelstukken aan boord, maar het koppelstuk dat we in Nederland kennen, wordt ook in de meeste Franse havens gebruikt. Eén was er nieuw voor mij. Dat is een koppelstuk dat in een kastje gedrukt moet worden, waarna het water meteen stroomt. Bij de Intermarché heb ik er een gekocht.

In Givet, Consevoye, Verdun, St. Mihiel, Toul, Gray, Tournus en Belleville hoef ik geen liggeld te betalen. Tot mijn grote verbazing is het gratis, inclusief elektriciteit en water. Dat geldt niet voor de havens bij en aan de kust. De regel hoe zuidelijker hoe duurder klopt. Prijzen daar liggen tussen de € 20 en € 40 per nacht voor mijn boot van elf meter.

Gasflessen heb ik niet gewisseld, omdat ze maar niet leeg gingen. Bij de grote supermarchés heb ik ze wel vaak zien staan.

Diesel is in Frankrijk lang niet overal verkrijgbaar. Voor mij was dat geen probleem. Ik heb een tank van 400 liter en heb de gewoonte om te tanken als hij nog half vol is. De diesel in de havens is wel prijzig. Het is € 0,10 tot € 0,30 per liter duurder dan bij de pomp aan de weg. Ik heb regelmatig mensen met grote jerrycans zien sjouwen.

Het weerbericht op zee is erg belangrijk. Ik heb Navtex aan boord en twee keer per dag keek ik op Internet naar het lokale weerbericht, naar Weathernews van de BBC en naar de Deutsche Wetter Dienst. Zo had ik altijd een goed beeld van het weer voor de komende dagen.

Het water van de Middellandse Zee is behoorlijk zout. En dat zout heeft de neiging overal te gaan zitten. Na een tocht over zee is uitgebreid afspuiten dan ook een must. Fietsen kunnen ook niet zo goed tegen het zout. Deze week moest ik flink poetsen om de snel gevormde roest te verwijderen. Voortaan gaan op zee de fietsen in het ruim.

Ging het allemaal vlekkeloos? Nee, natuurlijk niet. Hierbij een opsomming van dingen die, soms maar niet altijd door eigen schuld, gebeurd zijn.

- De toeter deed het niet. Later uit zichzelf weer wel.
- De sluisdeur bij Vianen was stuk.
- De wasmachine ging kapot.
- De walstroomkabel vertoonde zwakke plekken.
- De Navtex werkte niet.
- De WC lekte.
- De vuilwaterpomp hield ermee op.
- De zonnebrillen van Piet en van mij verdwenen in het water.
- Een snelbinder van een van de fietsen raakte in de achteras.
- In Arles waren ineens geen aanlegplaatsen.
- Er kwam water in de dieseltank.

De meeste problemen konden door ons zelf of met behulp van Multivlet in Doesburg worden opgelost. Geen van allen hebben ze een beslissende invloed op het verloop van de reis gehad.

Het weer tijdens de reis was goed. Van de 63 dagen is er maar op 11 dagen een regenbui geweest. Het heeft voor zover ik me herinner maar twee keer bijna de hele dag geregend. Op de schaal va 1 tot 10 krijgt het weer van mij een dikke 7. Een oude wijsheid dat het ten zuiden van Lyon altijd mooi weer en warm is, heeft ook deze reis geklopt.

Enkele feiten:

63 dagen op reis geweest
47 dagen gevaren
274 uren gevaren
Gemiddeld bijna 6 uur per dag gevaren
1.947 kilometer gevaren
Gemiddeld 41 kilometer per dag gevaren
Gemiddelde vaarsnelheid 7,1 km per uur
246 sluizen gepasseerd
Gemiddeld dieselverbruik 2,7 liter per uur

Gebruikte kaarten:

Voor Nederland ANWB waterkaarten

Voor België en Frankrijk
- Inland Waterways of Belgium van Imray
- Navicarte 9 van Maastricht tot Corre
- Navicarte 10 van Corre tot Lyon
- Navicarte 16 van Lyon tot de Middellandse Zee
- Inland Waterways of France van Imray
- Carte Marine Officielle 7406L van Marseille naar Toulon
- Carte Marine Officielle 7407L van Toulon naar Cavalaire sur Mer
- Carte Marine Officielle 7408L van Cavalaire s Mer tot Rade d’Agay
- Carte Marine Officielle 7409L van Rade d’Agay tot Monaco
- Mediterranean France & Corsica Pilot van Imray

Voor Frankrijk en Italië
- Navicarte 500 van Nice tot San Remo

Ik heb genoten van de kaarten van Navicarte. Het zijn uitstekende kaarten en geven daarnaast ook uitgebreide informatie over de omgeving van waar je vaart.

De Inland Waterways of Belgium is een uitstekend boek, dat ik veelvuldig heb geraadpleegd.

Dat geldt in mindere mate voor de Inland Waterways of France. Dat boek is erg feitelijk en weinig informatief.

De Carte Marine Officielle geven een uitstekende weergave van de Franse kust.

De Mediterranean France & Corsica Pilot geeft alle informatie over de havens aan de Franse Zuidkust die je maar kunt bedenken. Wat mij betreft onmisbaar als je op zoek bent naar een plaats om te overnachten.

Het is inmiddels 29 juli. Gisteren ben ik van Menton naar Bordighera gevaren en weer terug. Ik ben met de boot naar Italië geweest.


Bij Latte over de grens


Bordighera


De haven

zondag 19 juli 2009

Dag 63

Het is vrijdag 17 juli. De weesverwachting ziet er voor vanmiddag en morgen niet goed uit. We besluiten daarom dat vandaag de laatste vaardag van mijn reis Amsterdam-Bordighera is, met als eindpunt Menton. De Antje Elisabeth zal de komende maand in Menton blijven liggen. Volgende week, als het weer beter is, varen we wel een keer naar Bordighera.

Om negen uur vertrekken we uit Villefranche sur Mer. Het is nog mooi weer en de zee is lekker rustig. We varen niet ver van de kust zodat we Monaco en ook andere plaatsen goed kunnen zien.

Tegen twaalven naderen we “Port Garavan”, een van de twee havens van Menton. Er komt ons een douaneboot tegemoet. Niks aan de hand, zou je denken. Maar we moeten stoppen, uitleggen waar we vandaan komen en waar we naar toe gaan. Met behulp van een visnet geef ik ze de bootpapieren. Roy maakt nogal wat foto’s. Dat stellen de heren niet erg op prijs. Als Roy toch doorgaat wordt de chef zelfs boos. We worden gelukkig niet gearresteerd en mogen even later de haven in varen.







De negende etappe zit er op. We zijn in Menton zoals gepland.

Hieronder een samenvatting van de met Roy afgelegde route:

12 juli Marseille-Bandol
13 juli Bandol-Hyères
15 juli Hyères-Port Grimaud
16 juli Port Grimaud-Villefranche sur Mer
17 juli Villefranche sur Mer-Menton

In vijf dagen hebben we 30 uur gevaren en 286 km afgelegd.


Bemanning week 9

In Port Garavan word ik zeer hartelijk begroet door de mevrouw van de informatiebalie. Ze verwachtte ons al, kent mijn naam en die van Antje Elisabeth. Ze wil graag weten of Antje hetzelfde betekent als het Engelse woord “aunt”. Ik vertel haar dat Antje een Friese naam is en dat ons schip dus niet Tante Elisabeth heet.

We krijgen plaats 327 toegewezen en als we daar liggen beginnen Roy en ik aan de “slotschoonmaak”. Maar niet voor lang. Er is bezoek. Ik zie Pino staan. Maar niet alleen Pino, Egbert is er ook. Hij is helemaal uit Nederland gekomen om onze aankomst mee te maken. De bemanning van de eerste week is er aan het slot van de reis ook bij. Ik ben er stil van, ik vind het geweldig. We drinken er uiteraard een biertje op.



Aan het eind van de middag komen Annelies, Ingrid en de kinderen ook naar Menton. De kurken van de Prosecco flessen knallen.

Dan is het tijd om naar Monterosso te gaan. Na negen weken laat ik de Antje Elisabeth alleen achter in de haven van Menton.
Dag 62

Het is donderdag 16 juli. We hebben een prachtige vaardag over de Middellandse Zee. Zon en een kalme zee met windkracht één à twee. We willen vandaag van Port Grimaud naar Antibes. Omdat het zo lekker gaat en de weersverwachting voor morgen onzeker is, besluiten door te varen.

Om half vijf meren we aan in de haven van Villefranche sur Mer, net voorbij Nice. Het is een prachtig oud stadje met een citadel die er bovenuit torent.

Na het nuttigen van een heerlijke Provencaalse Charcuterie wandelen we door het stadje. De terrassen zitten vol met voornamelijk Engelsen. Wij gaan er tussen zitten en doen ons decadent tegoed aan espresso en cappuccino met glaasjes water, snoepjes en koekjes.



donderdag 16 juli 2009

Dag 61

Woensdag 15 juli. Er is ons mooi weer en een rustige zee beloofd. Vol enthousiasme vertrekken we daarom uit Hyères richting St. Tropez. Die zee is lang niet zo rustig als we gehoopt hadden. Onze Multivlet heeft daar geen enkel probleem mee, maar echt ontspannend is het niet.

Na een uur begint er op het dashboard iets te piepen. Het lampje met daarop een benzinepomp getekend brandt. We hebben een brandstofprobleem. Dat kan, want eergisteren heeft Roy per ongeluk wat water in de dieseltank laten lopen. Niet meer dan een liter of tien, dus weinig aan de hand, dacht ik toen. Wel dus.

We verleggen onze koers naar de dichtstbijzijnde haven. Dat is Miramar. Intussen bel ik Willem in Doesburg en vraag hem om advies. Dat had ik eergisteren natuurlijk al moeten doen. Maar beter laat dan nooit. Willem stelt voor de dieseltank af te tappen tot er geen water meer uitkomt en het brandstoffilter te vervangen.

In de haven van Miramar mogen we liggen en wordt ons zelfs hulp aangeboden. Maar met het Yanmar boek in de hand gaan we eerst zelf aan de gang. En het lukt. Anderhalf uur later is de klus geklaard en zonder piepje gaan we weer op stap.

Als we bij St. Tropez aankomen, horen we via de marifoon dat er geen plaats voor ons is. We moeten nog een paar kilometer verder naar Port Grimaud. Daar kunnen we gelukkig wel terecht. Het is inmiddels al half zeven.

Port Grimaud is een bijzondere plaats. Het is nog nieuw, misschien dertig of veertig jaar oud. Maar het ziet er veel leuker uit dan andere nieuwe stadjes als Bandol en Hyères, waar we de afgelopen dagen waren. Port Grimaud lijkt wel gebouwd als een soort Venetië. Grachten met mooie huizen, leuke pleintjes en heel veel boten. We krijgen een prachtige plaats midden in het centrum. We liggen met de kont tegen het terras van een visrestaurant.







Even overwegen we om in dat restaurant te gaan eten. Ik mag kiezen en kies toch voor de keuken van Roy. Hij doet boodschappen in een heel klein winkeltje en met wat hij kan krijgen maakt hij een Provencaalse Ratatouille met gegratineerde aardappels uit de oven. We smullen.



We liggen aan een echt flaneerstraatje met restaurantjes en winkeltjes. De hele avond lopen er mensen voorbij die de Antje Elisabeth bekijken. Ze ziet er ook zo anders uit dan iedere andere boot in de havens aan de Franse Rivèra. We krijgen complimenten als “beau bateau” of “jolie bateau”. Ik ben hartstikke trots en vertel dat het een echte “bateau hollandais” is.

woensdag 15 juli 2009

Dag 60

Het is dinsdag 14 juli. Het is “Quatorze Juillet”, dè feestdag voor de Fransen. Gisteren hebben we al vuurwerk boven zee gezien. We zijn benieuwd wat we er vandaag van merken. We hebben er een rustdag voor genomen.

Die rustdag komt goed uit, want het waait vandaag behoorlijk en de zee ziet er nogal onstuimig uit. De verwachtingen voor morgen zijn gelukkig een stuk rustiger.

Na het ontbijt beginnen we met de standaard rustdagactiviteiten als wassen en schoonmaken. Schoonmaken van de buitenkant van de boot is belangrijk vanwege het zoute zeewater. Het agressieve zout koekt snel aan en je ziet als het ware dat het metaal daardoor aangetast wordt. We gebruiken veel schoon water om alles schoon te spoelen. De Franse buren doen hetzelfde. In havens aan de binnenwateren is het vaak verboden om de boot schoon te maken met schoon water. In de havens aan zee mag het wel en dat is maar goed ook.

Na al dat harde werken stappen we als echte toeristen op de fiets en gaan naar de stad Hyères, een kilometer of vier van Hyères-Plage. Het is een oude stad. We wandelen door het historisch centrum dat boven de stad ligt.









We doen nog wat boodschappen en wandelen ook door Hyères-Plage. Ook dit is weer een typisch uit de grond gestampt toeristendorp. Van “Quartorze Juillet” is vandaag hier niets te merken. In plaats van uitbundig feestvieren, gaan de mensen hier weer naar huis na een lang weekend. Later op de avond is Hyères-Plage uitgestorven.



Het eten vanavond is al weer geweldig. Roy heeft een visschotel gemaakt met een stukje Makreel, een Sardientje en een paar St. Jakobsschelpen. Daarbij krijgen we ook nog een overheerlijke Venkelrisotto.

dinsdag 14 juli 2009

Dag 59

Het is maandag 13 juli. We vertrekken om half tien uit Bandol richting Porquerolles, een eiland een paar kilometer uit de kust ten zuidoosten van Toulon. De weersverwachting is gunstig en dat komt uit. We hebben een heerlijk rustige zee met windkracht twee à drie. Als er al eens golven zijn, dan komen die van passerende speedboten.

Als het na een uur ineens mistig wordt, schrikken we wel even. Je ziet namelijk heel weinig. We gaan langzaam varen, dichterbij de kust en kijken en luisteren zo goed als we kunnen. Een uur later is het gelukkig voorbij. Na nog een uur precies hetzelfde verhaal, al is het zicht beter dan de eerste keer. Ook deze mistbank trekt gelukkig snel weer op.

Met stralend weer en kilometers zicht, bereiken we om twee uur de haven van Porquerolles. We worden opgewacht door een man in een rubberboot, die ons vertelt over twee uur terug te komen. Voor de eerste keer deze reis gaan we voor anker. De eerste keer houdt het anker niet in de zandgrond, maar de tweede keer lukt het gelukkig wel. We dobberen twee uur aan het anker. Roy maakt van de gelegenheid gebruik om te gaan zwemmen. Hij vindt het zeewater koud.

Om vier uur melden we ons weer bij de man in de rubberboot. Die vertelt ons doodleuk dat de haven vol is. Bidden en smeken helpt deze keer niet. Hij blijft herhalen dat er geen plaats meer is. Hij suggereert om het in Hyères te proberen, een kilometer of tien naar het noorden op het vaste land. We balen natuurlijk, want we hebben twee uur voor niks liggen dobberen. Maar keus hebben we niet. De man laat ons echt niet de haven in.

We laten Porquerolles achter ons en koersen naar het noorden. Om half zes liggen we in de haven van Hyères-Plages. We boeken voor twee nachten. Voor ons wordt het “Quatorze Juillet” in Hyères.



Roy bereidt weer een heerlijk maal. Vooraf een pittige aardappelsoep en als hoofdgerecht een spannend stukje kalfsvlees met gevulde ravioli en courgettes.

In Hyères is het “Quatorze Juillet” vuurwerk vreemd genoeg al op de dertiende. Het wordt naast de haven op zee afgestoken. Een prachtig gezicht.

Ik zal 13 juli 2009 niet gauw vergeten. Wat een belevenissen. Twee keer mist, voor anker liggen op zee en dan na twee uur wachten nog de haven niet in mogen. En vuurwerk tot slot in Hyères.

maandag 13 juli 2009

Dag 58

Het is zondag 12 juli. Om acht uur is iedereen wakker. Voordat iedereen gedoucht en aangekleed is, ben je wel een tijdje verder. Ik ga naar de bakker en doe ook nog wat andere boodschappen.

Om elf uur vertrekken Annelies, Ingrid en de kinderen richting Monterosso. Roy en ik helpen met de bagage en zwaaien ze uit.



Wij maken de boot vaarklaar en om half twaalf varen we de haven van Marseille uit. De zee is gelukkig een stuk rustiger dan vorige week. Windkracht drie à vier in plaats van vijf. Dat is een stuk comfortabeler. We varen langs een prachtig stuk Franse zuidkust met fraaie rotspartijen.

Om half vijf meren we aan in de haven van Bandol. Roy toont zich meteen een ervaren bootsman.

We lopen het stadje in. Bandol is beroemd door de wijn, maar daar merken we weinig van. Bandol is ook weer een echt toeristenstadje. Heel erg druk, veel winkeltjes gericht op toeristen, veel ijswinkels, crêperies en natuurlijk veel restaurants en terrasjes. Voor de oudere toerist, niet voor ons dus, is er een dansmiddag georganiseerd. Het is warm en we hebben dorst. Roy neemt een abdijbiertje van de tap en ik een gewoon lekker koud pilsje.





Dat ik deze week een kok aan boord heb, wordt meteen duidelijk. Ik heb vanmorgen een pot vissoep gekocht, zodat we vanavond in elk geval wat te eten hebben. Roy bezoekt in Bandol de lokale middenstand, doet een paar inkopen en zet even later niet gewoon vissoep, maar een gastronomisch hoogtepunt op tafel.

Dat belooft wat voor deze week.