Woensdag 1 juli. Vanmorgen ben ik al vroeg wakker. De boot deint aardig op en neer op de golven van de Rhône. De Rhône is een andere rivier dan alle andere. Ze is veel breder en er zijn grote schepen die snel en ook ’s nachts varen. Als je dan, zoals wij, bij Vienne aan de wal liggen, dan kan het aardig tekeer gaan.
We vertrekken om half tien. De Rhône is een prachtige brede rivier en de vaargeul is goed aangegeven met rode en groene betonning. De omgeving is afwisselend. Soms zien we bossen met bergen op de achtergrond, dan een kasteeltje op een heuvel en ook zien we eindelijk wijngaarden. Hier komt de Côtes du Rhône vandaan. Er zijn ook minder mooie stukken met veel industrie en zelfs een Franse kerncentrale.

De sluizen zijn aangepast aan de grootte van de schepen en zijn 190 meter lang. Ze hebben allemaal drijvende bolders. Dat maakt het schutten vrij eenvoudig. Het verval in de sluizen is veel groter dan dat in de Saône. Vandaag passeren we er drie en zakken daarbij 34 meter.
Om half vijf meren we aan in Tournon. De “Port de Plaissance” die op de kaart staat, valt nogal tegen. We vinden met moeite toch een mooi plekje met water en elektriciteit. We hebben allebei nodig. De watertank is bijna leeg en ik kan de witte was doen.

We maken een wandeling door de stad, bekijken de kerk en gaan op zoek naar een “super marché”. We treffen het niet. De ene is met vakantie en de andere heeft bedacht dat op 1 juli de voorraden geteld moeten worden. Gelukkig vinden we een “alimentation” en daar hebben ze alles wat we nodig hebben.
Henk heeft Tournon als stopplaats uitgekozen vanwege de wijn. Hier uit de buurt komt de wereldberoemde Crôzes Hermitage. Aan de haven op nog geen honderd meter van de boot is een restaurant. We zitten buiten, eten heerlijk en de Crôzes Hermitage smaakt uitstekend.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten