Het is dinsdag 23 juni. We vertrekken uit Seurre en gaan vandaag naar Chalon sur Saône.
We varen door de Bourgogne. Omdat daar heel lekkere wijn vandaan komt, begrijpen we niet dat we helemaal geen wijngaarden zien. Wel veel bos en heel veel maïsvelden. Dan beseffen we dat je voor druiven zonnige hellingen nodig hebt en die zijn hier niet. We varen door een vlak landschap.
We passeren vandaag maar één sluis. Het is een verademing om in de sluis na al die weken weer eens op verschillende niveaus bolders tegen te komen en dan ook nog onder elkaar.
Het lijkt wel of de Saône steeds breder wordt. Ik waan me bijna op een Surinaamse rivier. Een belangrijk verschil is dat hier de vaargeul duidelijk aangegeven wordt door rode en groene tonnen. Ook zien we in vergelijking met Suriname en de grote rivieren in Nederland opvallend veel zwanen.
Voor Chalon sur Saône passeren we de kruising met het Canal du Centre. Dat kanaal is echt de laatste mogelijkheid om terug te gaan naar het noorden zonder dezelfde route terug te moeten varen. Wij gaan door, wij gaan naar de Middellandse Zee.
Om half drie meren we aan in de drukke en dure Port de Plaicance van Chalon sur Saône. We krijgen gelukkig een plek en hebben eerst een verlate lunch aan boord. De zon schijnt niet volop, maar er staat wel een lekker windje. Goede omstandigheden voor het doen en drogen van de witte was.

Als de was hangt te wapperen, gaan we eerst naar Carrefour, een enorme supermarkt op nog geen vijf minuten lopen van de haven. Het kopen van de dingen die we nodig hebben is zo gebeurd, maar gewoon lekker rondlopen, een dobbertje, een paar slippers en een korte broek uitzoeken duurt wat langer.
We brengen snel de boodschappen aan boord en wandelen naar de stad. We vinden leuke straatjes, gezellige pleintjes en een prachtige kathedraal. Er is zelfs een heuse horeca straat met tal van bars en restaurants. De Lange Leidse Dwarsstraat is er niks bij. Chalon sur Saône is voor mij de leukste stad die ik tijdens deze reis in Frankrijk heb gezien. Ik kom er zeker terug.



Weer aan boord gaan we de kombuis in. We eten zalm, gewikkeld in rauwe ham, met aardappels, sla en spinazie. Als we aan het koken zijn, worden we ruw gestoord door een boot, met een niet al te ervaren schipper, op zoek naar een ligplaats voor de nacht. Annelies voorkomt nauwelijks dat hij ons serieus ramt. Ik spreek de schipper tamelijk boos en luid toe, waarop hij reageert met “don’t shout at me”. Op mijn beurt roep ik “don’t damage other people’s boat”. We hebben hem niet meer gezien. Onze schade valt gelukkig mee.
We hebben heerlijk gegeten.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten